Welkom bij de nieuwe BLOG van de HAL.

In deze Corona-tijden willen we jullie graag geïnspireerd houden door alles wat met Beeldhouwen, Keramiek, Modelboetseren en 3-Dimensionale Kunsten te maken heeft.

We willen hier regelmatig artikelen publiceren die een kijk geven op bepaalde aspecten in de Beeldende Kunst. Het kan ook gaan over een opdracht waaraan thuis gewerkt kan worden, het belichten van één of andere techniek of het bespreken van werken van kunstenaars.

Veel plezier ermee!

De leerkrachten van de HAL

Frederik, Wim, Patrick en Jeannine


 

Techniek

Twee emmertjes water halen, Twee emmertjes pompen ...

Een OYA is een irrigatie-pot. Deze irrigatie techniek is gebaseerd op het gebruik van een -op ‘lage’ temperatuur -gebakken keramieken pot die tot aan de hals wordt begraven en gevuld met water om de er rond geplaatste planten te irrigeren. De poreuze wanden laten geleidelijk het water ontsnappen dat door de wortels van de planten wordt opgenomen. Het is een voorouderlijke techniek en sinds de jaren zestig het onderwerp geweest van tal van wetenschappelijke onderzoeken. 

Potirrigatie heeft vele voordelen: het is eenvoudig en economisch, het levert een aanzienlijke waterbesparing op (van 50 tot 70%), het biedt stabiele irrigatie aangepast aan de behoeften van de plant en het vermindert het onkruidprobleem. Het heeft voor boerderijen echter ook nadelen want de potten zijn breekbaar, zwaar en de installatie vraagt veel grondwerken. Voor individueel gebruik in kleine en grote tuinen is het voordeel onomstotelijk bewezen. 

Potirrigatie wordt 2000 jaar geleden al vernoemd in China. Sommige onderzoekers zijn van mening dat de techniek afkomstig zou kunnen zijn uit Noord-Afrika en Iran. Andere Latijns-Amerikaanse onderzoekers denken dat het afkomstig is uit het Romeinse rijk.

Deze techniek is ook bekend onder verschillende namen, waaronder: olla of oya, term uit het Spaans en gebruikt in verschillende talen, vaak als handelsnaam. Ook kom je tegen "canaris enterrés" en "poreuze potten” “pitcher farming” en “pitcher irrigation” “cápsulas porosas” in het Portugees of “potes de arcilla” in het Spaans.

Behalve dat het een vreemde tijd was dit voorjaar (2020) is het ook een heel droge periode geweest. Het regende bijna niet. En er wordt nog een hele warme en droge zomer voorspeld. Onze waterput was al leeg voordat de maand juni nog maar begon.

Droogte: Een bevreemdend onderwerp in een Blog die gaat over inspiratiebronnen in de 3 dimensionele kunsten. Maar we zijn begaan met onze omgeving en het milieu. Als je dan een steentje kunt bijdragen in het besparen van water voor je tuin…. dan kan het hier ook over het onderwerp ‘droogte’ gaan.

We leggen jullie graag het begrip ‘OYA’ uit en leggen hieronder uit hoe je ze zelf kunt maken in keramiek. We hebben zelf hebben al tal van Oyas in onze tuin gestopt en we merken het verschil. 

(Dit artikel ontstond door een samenwerking tussen Liesbet Van Huysse, leerkracht keramiek SASK Lier en Jeannine Vrins, leerkracht keramiek HAL)

Er is op het internet veel informatie te vinden over het gebruik van irrigatiepotten. In Noord-Europa is het gebruik van Oyas nog niet zo enorm groot. Maar doordat ook in België de zomers steeds warmer en droger worden komt ook in het Nederlands steeds meer informatie online. 

Er is heel veel wetenschappelijk onderzoek gedaan in het gebruik van Oyas in droge gebieden. Je kunt veel doorverwijzingen vinden via de Franse Wikipedia website.

De techniek van irrigatiepotten is vrij eenvoudig: je neemt een poreuze keramische pot en graaft deze in naast een plant. De pot vul je met water en dek je af met een deksel. Dit is tegen de verdamping van het water. 

Het water sijpelt langzaam door de scherf van de pot. Hoe snel dit gaat hangt af van de poreusiteit van de gebakken klei. Hoe hoger gebakken: hoe trager de waterdoorlaatbaarheid maar hoe steviger de pot. Hoe lager gebakken: hoe sneller de waterdoorlaatbaarheid maar hoe kwetsbaarder de pot. 

Volgens de literatuur kun je met deze methode tot 70% water besparen en hoef je de pot maar elke 10 tot 14 dagen te vullen met water. Deze voorspellingen hangen natuurlijk af van hoe droog het is en hoeveel water wordt opgenomen door de soort grond.

Wij experimenteerden met verschillende vormen en formaten. We zochten ook naar verschillende stooktemperaturen.

De vorm van een OYA kan variëren van een klassieke potvorm met een buik, een slanke hals en een platte bodem tot een druppelvorm waarvan de punt naar beneden steekt. Dik of dun, gecurved of recht… je komt in de handel van alles tegen. De vorm heeft invloed op de inhoud en op het gemak van het ingraven maar niet op de werking. 

Qua kleisoort lijkt het ons niet veel uit te maken: rode klei, witte klei, grijze klei…. Wij recupereerden onze kleien en werkten met ‘leftovers’.

Maar natuurlijk heeft elke klei op een andere temperatuur een andere ‘waterdoorlaatbaarheid’. Een klei met een grovere chamotte heeft een andere doorlaatbaarheid dan een klei zonder chamotte. De chamotte zorgt namelijk ook voor een andere textuur. 

Het is dus aangewezen om testjes te doen: bak je klei op verschillende ruwbak-temperaturen en test hoelang het duurt voordat het water er doorheen sijpelt.

Wij testten 3 temperaturen. In eerste instantie bakten we de Oyas mee in onze gewone ruwbak op 960°C. (de tweede foto in de rij) De doorlaatbaarheid was al na een uur voelbaar: de pot voelde vochtig maar er ontstonden geen druppels op de buitenkant. Na enkele dagen gevuld met water op een glas te staan was er geen water druppelsgewijs doorgesijpeld. Wel voelt de pot nat aan van buiten. Het water verdampte van op het oppervlak. Nadien stookten we een aantal OYAS op 800°C en op 640°C. Deze testen lieten meteen water doorlopen. . De OYA van 640°C voelt wel heel broos aan en lijkt ons nogal kwetsbaar.

De OYA gebakken op 800°C laat druppelsgewijs al na een uur water doorsijpelen en dat drupt in de maatbeker eronder. Ook voelt deze OYA stevig om in te graven.

We kiezen voor deze witte klei met fijne chamotte voor 800°C.

Oyas kan je ingraven in een bloempot maar ook in je moestuin. Volgens de tekening hiernaast graaf je ze best niet te dicht bij elkaar in. De plant groeit met zijn wortels naar de pot toe en zal deze ‘omwortelen.

De OYA laat je dan ook best in de grond zitten tijdens de winter. Bevriezen is een risico in onze regio. Het is goed mogelijk dat het toch wel tot in de bodem vriest en daar kan poreuze keramiek niet goed tegen. Raadzaam is om de OYAS in te graven met een goede laag ‘mulch’.

Hoe maak je OYAS?

In feite kun je elke opbouwtechniek gebruiken: opbouwen met rollen, duimpotjes, opbouwen met platen, gieten of draaien. Wij demonstreerden tijdens de online-les op 17 juni het draaien en het samenstellen uit duimpotten. Je kunt de online les bekijken via de modulepagina (als student van de HAL krijg je een login). 

Hier kun je ook 2 filmpjes kijken waar je het draaien en afdraaien van druppelvormige OYAS wordt gedemonstreerd. De Oyas worden ‘op-zijn-kop’ gedraaid en de deksel wordt bij het afdraaien eraf gesneden. De wanden zijn vrij dik voor de stevigheid.

Je komt OYAS tegen met versieringen en decoraties, kleurtjes en zelfs glazuurtjes.

Alles kan, zolang je het ingegraven deel maar poreus en ongeglazuurd laat. En je neemt best een glazuur dat op zeer lage temperatuur uitsmelt.

Wij amuseerden ons (en onze kinderen) met tuinkabouters te laten wonen op de deksels van de OYA ;-)

Add a comment

Inspiratie

Over huidhonger en vel lust

Onze waarneming wordt toch soms vreemd beinvloed… in deze tijden turen we minder ver, zitten meer in een bubbel en worden andere dingen gewaar. Ik luister bijvoorbeeld veel meer: de geluiden in mijn tuin, de buren door de muren, de klokketoren waar een concert uit klatert. Maar waar het horen en kijken meer in onze aandacht komt, zo verliezen we het aanraken; alles moet nu op afstand… de  afstandelijkheid groeit. Op de radio sprak men over ‘huidhonger’ of zelfs ‘vel lust’. 

Dus vanuit mijn bubbel probeer ik jullie in dit artikel te raken… om wat huidhonger te stillen.

Het werk van Kate Langrish Smith balanceert tussen keramiek, sculptuur, performance en mode. Overkoepelend komt telkens de tactiliteit terug: ofwel door de aanraking tussen de huid en objecten, aanraking tussen huid en huid maar ook de aanraking tussen materialen onderling speelt een grote rol. Subtiel raakt dit werk de kijker, je voelt als het ware al kijkend je huid tintelen bij het idee dat je het zou aanraken.

Het zijn niet alleen de vormen die tegen je lichaam passen, en waarvan je de koude keramiek al tegen je vel voelt liggen. Het zijn ook de huidachtige texturen en kleuren die je aansporen om dit werk aan te raken. De insnoeringen, uitstulpingen en omhullingen in de klei leveren herkenbare vormen op: de negatieve vormen van ons eigen lichaam.

De aanraking tussen vormen en materialen is een subtiel spel van balanceren in het combineren van materialen en aanvoelen of ze tegen elkaar horen of elkaar juist afstoten. De onderlinge afstand tussen twee voorwerpen of materialen kan elkaar versterken of juist afstoten. Er zijn geen vastomlijnde regels voor: het is een fijnzinnig aanvoelen dat de maker leert door te doen. Zoals het aanvoelen van aantrekken en afstoten ook veel empathie en fijngevoeligheid vraagt.

Vel tegen vel, het liefdevol aanraken van de ander… met wederzijds respect… het uitbeelden daarvan is heel gevoelig en subtiel. 

De huid van het beeld dat aangeraakt wordt weerspiegelt de huid van de maker: het is een spel in wederzijdsheid. Dat wordt ook de proprioceptie genoemd: De maker raakt de materie aan, de materie raakt de maker ook aan. En dan kan de kijker weer geraakt worden door wat de aanraking heeft gemaakt…. een dubbele proprioceptie.

Kijk nu naar de uiterst gevoelige aanraking in dit beeld van Bernini. Alhoewel in de titel duidelijk wordt dat de aanraking niet met wederzijdse toestemming gebeurt - het is een #metoo avantlalettre- is de marmer zo sensueel vormgegeven dat je je bijna zelf aangeraakt voelt.

Het beeld van Gian Lorenzo Bernini: waarbij de gepolijste huid van het marmer bijna lichamelijk wordt (De Verkrachting van Proserpina)

In steen is die subtiele aanraking kei ‘hard’ om te maken. In klei is dat eenvoudiger: de beindrukking in de zachte materie van de klei is vergelijkbaar met het beindrukken van de huid. Dat huid-achtige van de zachte klei is een aantrekkelijke reden om met klei te werken. Als maker heb je de directe aanraking en vervorming van je materiaal: je huid wordt er zelfs in weerspiegeld. De moeilijkheid is om die huid ook huidachtig te houden. Soms werk je de oppervlakte kapot of verberg je de aanrakingen onder een laag glazuur. De ‘toets’ van een kleihuid is een heel persoonlijke taal die de maker spreekt. Je kunt bij de kijker het gevoel oproepen ‘raak mij aan’, alsof het beeld de huidhonger uitstraalt.

In het werk van Annemarie Laureys is de huid overal aanwezig: in de afdruk van haar vingers in de natte klei, in de sporen en de textuur die ze gebruikt. De huid komt bij veel van haar werken ook heel letterlijk terug in haar kleurpallet: huidtinten van bleek tot bruin, mauve, taupe, vlees… Ruw en zacht, aaibaar en strubbelig, je voelt je vingers kriebelen om haar werk een aai te geven. (als je het lief aan haar vraagt mag je dat vast ;-)

Materie speelt een belangrijke rol in het huid-aantrekkelijk-gevoel. Een zachte marmer of een textielstructuur doen je hand al uitstrekken om de koude of warme sensatie te beleven van het materiaal tegen je huid. In deze tijden vraagt het bedwingen om je hand uit te steken, al is het maar om je eigen gezicht aan te raken, een sterke onderdrukking van je reflexen. Zachte en gladde materialen trekken ons aan, dat voelt aan als thuiskomen, we zijn zelf glad en zacht ;-). 

Een ruwe textuur bezorgt ons een prikkeling en een sensatie die ons bijblijft en ook aantrekt. Heel ruw en bruut is een oppervlakte waarbij we op onze hoede zijn om onze eigen huid te beschermen, maar wat ons wel aantrekt omdat het een contrast vormt met onze eigen gladde en zachte huid. Denk maar aan het zachtjes over een cactus voelen, of leunen tegen een groffe boombast. Een wassen oppervlak geeft een gevoel van aantrekken en tegelijkertijd afstoten. Het geeft een zijdeachtige glans die we bewonderen maar het geeft tegelijk een plakkerig gevoel waarin de vloeidende beweging kan blijfen haperen. 

Werken van Medardo Rosso blijven zo plakken aan je netvlies. De wassen laag vangt het licht en geeft daardoor een aantrekkelijke huid. Tegelijk voel je dat de wassen huid fragiel en tijdelijk is: de tijd speelt met stof en warmte… de huid kan als het ware wegsmelten onder de aanraking.

Vormen die aansluiten bij het menselijk lichaam roepen al snel een herkenning op en spreken direct je huid aan. Abstracte vormen kunnen dat ook. Een vorm die zichzelf terugaanraakt, die opzichzelf terugplooit, kan ook een heel intieme aanraking oproepen. Bepaalde werken van Gustavo Perez plooien zich over zichzelf. In andere werken snijdt hij de huid letterlijk open tot op een onderliggende laag. Het is abstract, maar toch herkent je huid de plooiingen en welvingen. Dit is voor mij ook huidhonger: de herkenning van de huid zoeken. Bekijk hier een film over Gustavo Perez: https://vimeo.com/38652568

Zo aantrekkelijk als sommige oppervlaktes voor onze huid zijn, zo afstotend zijn andere texturen. Stekelig, prikkend, doorborend… het zijn gewaarwordingen die onze huid liever niet waarneemt. En die we dan ook liever vermijden.

Een stekelige huid is een verdedigingsmechanisme in de natuur omzichzelf te beschermen: een organisme zet zijn stekels op of meet zichzelf een ruwe bolster aan. Mensen zijn erdoor gefascineerd en zien het graag. Het aanvoelen geeft een prikkelende sensatie die als het zacht gebeurt toch wel een fijn gevoel geeft. 

Als voorbeeld het werk van Ikuko Iwamoto, een Japanse keramiste die zich op stekelige organismes inspireert en deze gevoelig in porselein weet om te zetten tot heel aantrekkelijke sculpturen.

Niet in porselein maar even stekelig is het werk van Dan Lam een beeldhouw(st)er die heel hippe sculpturen maakt waarbij ik zowel een aantrekkelijk als een afstotend gevoel ervaar. Afstotend vanwege de schreeuwerige kleuren en stekelige oppervlaktes. Aantrekkelijk vanwege ‘huid-nieuwsgierige-honger’…  Afstotend ook vanwege de commerciële kant van haar werk, anderzijds vol bewondering dat haar werk zoveel aantrek heeft via de online kanalen. Blijkbaar trekt haar werk veel mensen aan en voedt het een huidhonger die momenteel heerst via de online kanalen.

Add a comment

Pagina 1 van 11

        Logo academie

facebook

Ga naar boven